Vanmorgen om half zes werd ik wakker van een vertrouwd geluid. Het pletterde van de regen. Toch weer ingeslapen tot zeven uur. De regen was nog niet opgehouden, maar wel wat minder geworden. Om half negen werd het even droog, gauw even brood gehaald bij het supermarktje. Om kwart voor negen vertrokken. De eerste twee uur was er niets aan, door de regen zag alles grauw. Om een uur of elf, ik was net bij het aquaduct van Akkrum, werd het droog en verscheen de zon. Ik wilde een foto maken van dat aquaduct, maar precies op dat punt passeerden er twee boten. Ging dus niet.
De brug van Akkrum ging open voor een tegenligger, ik kon er gelijk door. Om kwart voor twaalf was ik in de passantenhaven. Aan een lange steiger was een mooie ligplaats vrij.
Na het eten boodschappen gehaald bij de supermarkt. Het was goed te lopen, dus de fiets maar op het voordek laten staan. Die super verkocht heerlijke worstjes. Twee gekocht maar die waren al snel op. Ik heb er nog een paar bij gehaald. Vanavond eet ik spare-ribs.
Later heb ik de boot met de kop in de wind gelegd, was ook makkelijker instappen. Toen ik daar mee bezig was, kwam er een groot jacht aanvaren, die wilde op mijn plekkie liggen. Ik ging hier uiteraard niet mee akkoord. Deze haven is voor boten tot 10 meter en deze was minimaal vijftien meter met drie verdiepingen. Ze vonden dat niet zo leuk. Moeten ze maar met hun zeekasteel een passende haven opzoeken vind ik. Na veel tobben hebben ze toch nog een plaatsje gevonden.
Mijn laptop weigerde om internet op te gaan, maar met behulp van Michel is het toch gelukt. Anders had ik mijn dagboek niet kunnen versturen.
Ik vind het leuk om weer in Akkrum te zijn, zeker nu het van dat zonnige weer is. Morgen blijf ik hier liggen. Voor maandag hebben ze weer een regengebied opgegeven. Daarna schijnt het weer beter te worden, maar dat zeggen ze steeds. Ik zie wel wat ik doe.