Gisteren waren we vooruit lopend op het slechte weer, gestopt in de jachthaven van Follega. Het beloofde slechte weer kwam pas om 21 uur.
Om negen uur werd de lucht helemaal zwart en het begon te stormen. We lagen aan lager wal en de golven gingen flink tekeer. Ze sloegen bijna op de steiger. Ik had de boot extra vastgemaakt en dat was hard nodig. De Coby moest de golven aan bakboord opvangen. Er kwamen hoosbuien, die lang aanhielden. Van drie kanten werden we verlicht door zware onweersbuien. Zo’n noodweer hadden we in jaren niet meegemaakt.
Halverwege de buien kwam een zeiljacht de haven invaren. Door het slechte weer kon hij nergens afmeren. Hij heeft minstens een halfuur in het donker door de haven heen en weer gevaren. Toen de wind even wat minder werd, kon hij een box invaren. Je snapt niet, dat er mensen zijn, die met zulk noodweer gaan varen. Onverantwoordelijk.
Wij en ons bootje zijn ongeschonden uit het noodweer gekomen. Gelukkig maar.
Vanmorgen zijn we om kwart voor 9 gaan varen. We zijn niet vroeger gegaan, want het was mistig. En we moesten voor een deel over het Tjeukermeer.
Om 10 uur waren we in Echtenerbrug. Hier hebben we diesel en water getankt. Met 25 liter was de dieseltank weer vol. De laatste keer tanken was in de Westereen op 25 juli.
Na twee uur varen, na Echtenerbrug, waren we om 13 uur in Ossenzijl. Een mooie ligplaats was snel gevonden. Twee jaar geleden op 12 juni lagen we daar ook.
We wilden weer in het restaurant van de Kluft gaan dineren. Vorig jaar werden we door de havenmeester met een golfkarretje naar het restaurant gebracht en ook weer naar de boot. Op ons verzoek speelde hij ook nu weer voor taxi.
Tijdens ons bezoek aan het restaurant barstte een flinke regenbui los. Toen wij naar de boot werden terug gebracht was het even droog. Daarna was het weer regen en onweer.